Tekst: Bart Stoffels

Dit artikel is een onderdeel van het Stadswerk Magazine De openbare ruimte is er goed voor! Klik hier voor de gehele uitgave.

In City Deals kijken gemeenten en de Rijksoverheid samen naar oplossingen voor complexe stedelijke vraagstukken. De integrale aanpak van openbare ruimte is zo’n complex vraagstuk. Zet in gedachten nog maar eens op een rij wat er de komende decennia staat te gebeuren in de openbare ruimte: een nieuwe energie infrastructuur aanleggen, klimaatbestendig inrichten, overgaan op elektrische mobiliteit, overstappen op circulaire materialen en veel meer ruimte creëren voor een gezonde natuurlijke omgeving. Als we een ding zeker weten dan is het wel dat deze oplossingen niet zullen bestaan uit de som der delen. Het kán alleen maar geïntegreerd. Dit besef van urgentie was voor Amsterdam, Rotterdam, Leiden en Den Haag de aanleiding om samen met het Rijk een City Deal Openbare Ruimte te initiëren, met als ondertitel ‘Hoe te komen tot een integrale aanpak van transitieopgaven?’

Naast een aantal gemeenten gaan ook partijen zoals kennisinstellingen en nutsbedrijven meedoen in deze nationale samenwerking. Gedurende 3 jaar werken zij gezamenlijk aan nieuw instrumentarium voor de verduurzaming van de openbare ruimte. Nieuwe methoden om te kunnen plannen, financieren en ontwerpen aan de bovengrondse en ondergrondse inrichting. Een voorbeeld: de gemeente Tilburg vervangt in de binnenstad de komende jaren de gietijzeren aardgasleidingen door kunststof, waarmee het net minder kwetsbaar wordt en geschikt voor mogelijk gebruik van waterstof. Ten tijde van een hittegolf is datzelfde Tilburgse centrum regelmatig de heetste plek van Nederland. Nu een groot deel van de straten open moet, ontstaat er een kans om nieuwe bomen te planten. Deze bieden de meeste verkoeling op de plek in het straatprofiel waar de schaduw het best valt die plek komt lang niet altijd overeen met de verkeerskundige indeling van de straat. Dat maakt dat de wegindeling voor auto, voetganger en fietser opnieuw op de tekentafel komt. Zo heeft Tilburg al een legpuzzel van tenminste drie onderdelen: energie, klimaat en mobiliteit. Maar het wordt nog complexer. Een boom heeft immers onder de grond vaak even veel ruimte nodig als boven de grond. Er niet alleen ruimte, ook de goede condities. Zo onderzocht Naturalis in de casus Amstelstad in Amsterdam de relatie tussen schimmels in de bodem en de groeicondities voor de bomen. Het bodemleven vormt een zeer fijngevoelig ecosysteem dat bijvoorbeeld door graafwerkzaamheden makkelijk kan worden verstoord.  

Foto: Michiel G.J. Smit

Het ontwerpteam van de gemeente Amsterdam bracht voor Amstelstad al deze ontwerpfactoren in kaart en kwam tot een nieuwe methodiek waarvoor elders in dit tijdschrift uitgebreid aandacht is. De integrale ontwerpmethode van Amstelstad is een cadeautje voor de nieuwe City Deal. Het biedt een rijk scala aan modulaire oplossingen voor onder andere bestratingsmaterialen, energie infrastructuur, infiltratievoorzieningen voor hemelwater, afvalverwerking en verlichting in een methode die de onderlinge samenhang van al deze componenten laat zien. Deze atlas maakt het mogelijk om het moeilijk te duiden begrip ‘integraliteit’ een concreet fundament te bieden.

Als er al zoveel mooi werk gedaan is waarom dan een City Deal Openbare Ruimte?

Dat heeft in belangrijke mate te maken met het begrip opschaling. Wat op een voorbeeldlocatie met een innovatiedoelstelling succesvol kan zijn er is nog niet vanzelfsprekend de nieuwe manier van werken. Hoe kunnen succesfactoren vanuit één project doorwerken naar de volle breedte van de gemeentelijk organisatie? Wat vraagt dat van een structurele samenwerking met de stakeholders in de openbare ruimte? Is deze methode ook toepasbaar op locaties waar niet of nauwelijks gebiedsontwikkeling plaatsvindt? Als er geen grondexploitatie beschikbaar is om het geheel aan maatregelen te financieren, dan zijn deze per stuk afhankelijk van de verschillende beheerbegrotingen. De op de beleidstafels populaire term ‘meekoppelen’ klinkt in eerste instantie aantrekkelijk. Als de straat opengaat voor een de aanleg van een warmtenet neem je ook meteen klimaatadaptatie mee, bijvoorbeeld door de aangrenzende panden van het riool stelsel af te koppelen en infiltratievoorzieningen in de straat aan te brengen. Maar deze watervoorzieningen zijn financierbaar uit het gemeentelijk rioleringsplan. En in die begroting is de betreffende buurt wellicht pas over 20 of 30 jaar weer aan de beurt. Hoe overbrug je dan deze verschillen in de financieringssystematiek? Dat is alleen al binnen de gemeentelijke organisatie een flinke uitdaging, laat staan in de samenwerking tussen gemeenten (semi)private netwerkbeheerders of bijvoorbeeld woningcorporaties. In een aantal steden worden hier al mooie stappen in gezet in de vorm van regietafels we alle beheerders elkaars investeringsplanning uitwisselen. De tijdshorizon hiervoor het is nu nog vaak een paar jaar vooruit. Maar de grote maatschappelijke opgaven van de energietransitie een klimaatadaptatie vragen om sturing op 20 tot 30 jaar vooruit. De City Deal Openbare Ruimte ontwikkeld instrumentarium voor deze strategische planning en financiering n samenwerking. De rol van data analyses in dit instrumentarium is bijzonder groot. Nu veel ‘asset owners’ hun eigen data goed op orde hebben kunnen de gemeenten verbindingen gaan leggen met maatschappelijke data zoals de gezondheid van hun burgers, de klimaat stresstesten, misdaadstatistieken, autobezit of burgerschap stijlen. Openbare ruimte is immers vooral een maatschappelijk domein, pas in tweede instantie een technische wereld.

Het ontwikkelen van dit op samenhang en integratie gerichte instrumentarium kost tijd geld en moeite. Alleen al daarom is het slim om dit met meerdere steden samen met kennisinstellingen en het Rijk te ontwikkelen. Maar de samenwerking gaat verder dan alleen de praktische kanten van samen iets opbouwen. Het is ook het continu kijken in elkaars keuken, het inspelen op zachte factoren als organisatiecultuur. Tilburg kan voor de centrumopgave leren van de inspirerende methodiek van Amstelstad. En Amsterdam kan leren van Tilburg en andere middelgrote steden hoe je deze innovaties verder doorvoert in de ambtelijke organisatie. In het lerend vermogen binnen de organisatie kunnen middelgrote gemeenten vaak slagvaardig zijn gezien hun overzichtelijke omvang. Iedere gemeente blinkt wel ergens in uit. Zo had Rotterdam in 2012 een primeur met een baanbrekende oplossing voor klimaatadaptatie in de vorm van het waterplein, een concept dat sindsdien in verschillende gemeenten in talrijke variaties is toegepast. In de City Deal benutten de deelnemers niet alleen elkaars voorbeelden, maar ook elkaars talenten en competenties. Gedreven vakmensen die verder kijken dan afzonderlijke beleidsdoelstellingen, bezig zijn met de wijze waarop zij er op grote schaal integrale oplossingen van kunnen smeden. Ook het Rijk heeft een belang bij deze samenwerking. De uitwerking van de nationale omgevingsvisie (NOVI) krijgt immers grotendeels op lokaal niveau gestalte. Dat betekent niet dat het Rijk hier in achterover leunt en alle gemeenten, provincies en waterschappen veel succes winst. Juist bij de uitwerking van de NOVI is de rol van het Rijk belangrijk. Ministeries kunnen leren van de praktijksituaties in experimenteergebieden, zowel van de successen als van de missers. En ze kunnen vanuit deze ervaringen een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van nieuwe methodiek. Een voorbeeld hiervan is verrijking van het instrumentarium van de omgevingswet op het gebied van ondergrondse ordening. Daarom doen maar liefst vier ministeries met verschillende directies van mee in deze City Deal. Bij een integrale aanpak op de gemeentelijke werkvloer hoort ook een interdepartementale aanpak die ervoor zorgt dat het werk van koplopers gemeengoed kan worden in heel Nederland.

Vragen? Neem contact op met Bart via bart@citydealopenbareruimte.nl